Tuktuk, pulau Samosir, Sumatera Utara, dinsdag 25 januari 2011
Woensdag 19 januari.
Om 10 uur rijden we Jambi uit en we moeten eerst wat kilometers naar het westen rijden om daar de oversteek over een van de enige brug over de Batang Hari te maken. Het is veel rustiger dan in Zuid Sumatera, de weg veel beter, de omgeving mooier. Maar we hebben weer een coureur te pakken, een jonge vent die van stevige muziek houdt. Klant is geen koning in Indonesie, meneer doet wat ie wil, ook vanalles en nog wat het autoraam uitgooien wat niet meer nodig is zoals lege flessen, doosje waar het broodje in gezeten heeft, sigarettenpeuken….
Jambi is een en al oliepalmbos en ik weet dat waar we nu doorheen rijden een idee is hoe het binnenland er echt uit ziet. Miljoenen oliepalmbomen vliegen in bergen en dalen voorbij, in de verte de schimmige blauwe dampen van het oerwoud waar nog een deel van de Sumateraanse tijgers rondloopt.
We hebben dit keer een goede gewone (lage) auto, dat reist een stuk fijner.
Om kwart voor een al de eerste stop, de verwachte aankomsttijd in Pekanbaru is 7 uur ’s avonds.
Om 13.52 steken we de grens over en we zijn in de provincie Riau. Niet echt jammer dat we niet kunnen stoppen, de provincie”poort” is een lelijk zwartgrijs bouwsel. Het lijkt wel of we grens naar Belgie oversteken. Alles is ineens een stuk minder. Met de goede wegen van Jambi is het gedaan en het wordt weer een slalomrit om gaten en kuilen te ontwijken. Voor ons kruipen zwaar beladen trucs de hellingen op. Ze vervoeren trossen palmoliepitten, hout, gasflessen en brommers (!). Een paar uur later moet de chauffeur met alle macht remmen. In een bocht is een ojekrijder aangereden die een meter hoog beladen was met bananen. Hij ligt half in een sloot, de brommer en bananen er bovenop. Er wordt onmiddellijk gestopt en chauffeur, een passagier en wij vliegen de auto uit. Er staan al wat voertuigen en mensen. Iedereen is nodig om de brommer eerst overeind te krijgen zodat de ojekrijder eronderuit gehaald kan worden. Hij is gelukkig niet onder de uitlaat terechtgekomen. Met een paar flessen water om de snijwonden wat schoon te maken komen we een heel eind. De ojekrijder krabbelt overeind, geen ernstige verwondingen. Intussen staan zware vrachtwagens in dezelfde bocht maar wat hoger aan de weg zichzelf staande te houden. Een verkeersopstopping is hier zo gebeurd.
De degene die het ongeluk veroorzaakt heeft is er tussenuit. Dat schijnt hier schering en inslag te zijn. Er is hier ook niet zoiets als snelwegpolitie. Politie is hier alleen om bekeuringen te geven, niet eens officiële met een bonnetje maar van het model om zichzelf van het dagelijkse zakgeld te voorzien.
Om de brommer overeind te krijgen met het hele gewicht zijn een stuk of 6 mannen nodig. Na tien minuten kunnen we weer verder. Ergens, ik denk tussen 5 en 6, rijden we van het zuidelijk naar het noordelijke halfrond. Er is hier niet zoiets als een monument zoals bij Bonjol net boven Bukittinggi of bij Pontianak op Kalimantan.
Rond 18.00 uur de tweede stop.
De beloofde aankomsttijd van 7 uur in Pekanbaru gaan we niet halen. Uiteindelijk kunnen we pas tegen half 11 inchecken in hotel Linda. Niet mijn keuze maar er zijn allerlei problemen met hotels in Pekanbaru. De chauffeur van de travel weet het adres niet waar wij naar toe willen, ook niet als we er allerlei extra informatie bij geven. Hotel Shorea zou een paar kilometer verder naar het zuiden liggen van de Sudirman. Ik geloof er helemaal niks van maarja ik kom zelf ook voor de eerste keer hier. Dan maar naar het Asean hotel, daar wordt niet alleen mijn paspoort gevraagd maar ik moet het voor mijn verblijf afgeven. Ik denk er niet aan. Dan maar een taxi om toch proberen naar Shorea te komen. En……. dat ligt nog dichter bij het centrum dan waar we nu zijn (en daarom moet je hier altijd alles minimaal 3 keer vragen!). Bij aankomst in het hotel wordt ons gezegd dat zij geen buitenlanders mogen laten logeren. Na wat doorvragen zou het wel eens kunnen zijn dat er geen vergunning is. We worden naar een ander hotel gebracht maar dat is zo armoedig en alleen met fan. Uiteindelijk wordt het hotel Linda ook niet al te best maar ik ben kapot (kan nog steeds niet goed lopen ivm mijn rug) en ik wil alleen maar slapen.
Er moet ook nog gegeten worden, wat te drinken gehaald. Een taxi regelen is niet zo gemakkelijk. Ze hebben allemaal een meter maar de eerste twee die we aanhouden zijn niet van plan om die aan te zetten. Geen Bluebird hier maar wel een kleur die erop lijkt. En het werkt ook nog… Onderweg komen we in de buurt van het havengebied. We kopen er een 350 ml. wodka voor Rp 20.000! Ik weet het niet, dit is wel erg goedkoop. Ik heb ook geen idee of Mansion inderdaad nagemaakt wordt. De verleiding is groot om er maar meteen een paar te kopen maar ik wil eerst weten wat het is.
De eerste nachtelijke kennismaking met Pekanbaru is er eentje met een paar grote ratten (model kleine kat!) en schreeuwende mensen.
Donderdag 20 januari
Pekanbaru is de oliehoofdstad van Indonesie. Ik heb er veel gehoord van gehoord zowel in postieive als negatieve zin. Het zou een aangename stad zijn in vergelijking met andere steden op Sumatera, internationaler. Maar volgens anderen is het een stad om zo snel mogelijk weer te vertrekken of door te reizen. We zullen het zelf vaststellen.
Na wat rondgelopen te hebben kan ik de mening van aangename stad in elk geval niet delen. Allereerst, veel en veel te groot. Er zijn wat over de top gebouwde landmarks. Het kantoor van de gouverneur is een prestigegebouw. De An Nur moskee is het mooiste en beroemdste bouwwerk in islamgroen en lijkt vanaf de voorkant op de Taj Hahal in India (alleen jammer dat de eveneens gelijkende langwerpige vijver droogstaat). We brengen de dag gedeeltelijk door in de Pekanbaru Mall en een paar uur naar het zoeken van vervoer naar het noorden. We willen naar Rantauprapat. Verder naar wat dan ook, of het nu Medan of Prapat is, is veel te ver cq te lang reizen. Het gewenste vervoer, een travel zoals gisteren is er niet (ook niet naar Medan). Alternatief is een kleine bus met 12 of 16 personen en na wat gepraat blijkt dan dat de banken dan gewoon wat krapper worden verdeeld, dwz 4 op een rij en dat gaat niet gemakkelijk zitten. Verwachte reistijd 8 tot 9 uur. Een ander alternatief is de ALS nachtbus die om 8 uur ’s avonds vertrekt en Pekanbaru als startpunt heeft. Dit is de bus naar Medan en dat betekent dat we niks zien van het landschap en we met een beetje pech om 4 uur ’s ochtends aankomen….. Het laatste alternatief is een van de transitbussen van ALS nemen die vanaf Java of het zuiden van Sumatera komen. Deze zijn morgenochtend rond 7 uur hier, kan ook 8 uur worden. Nadeel is dat we geen plaatsen kunnen reserveren.
Na wat denken gaat het toch de ochtendbus van ALS worden. Ik heb meer vertrouwen in ALS dan in de surrogaattravels waarvan we ook maar moeten afwachten of ze inderdaad op de beloofde tijd vertrekken. In Rantauprapat is niks, het gaat er alleen om dat de reis onderbroken kan worden. Maar af en toe, waar niks is, is het soms het leukste.
In De Gramedia vind ik een leuk boekje met gezegdes van alle provincies en/of delen ervan van Aceh tot aan Papua. Het leuke dat het in de streektaal staat geschreven, vertaald naar Bahasa Indonesia en de betekenis ervan uitgelegd. Een een nieuwe landkaart van Sumatera. Ben de andere een paar dagen geleden kwijtgeraakt in Jambi
.
Terug naar het hotel nemen we een angkot. “Berulang kali aku mencoba selalu….. “ knettert en stampt het uit de luidsprekers die de chauffeur zojuist maar even op vol vol heeft gezet. Nou als de hati nog niet luka is dan wel van de dreunende bassen tot in je lijf van de keiharde muziek dat kennelijk ook hier de trend is. Mensen die ooit in Padang of Kupang zijn geweest weten wat ik bedoel. Of dat er een mini-aardbeving gaande is.
Er klopt iets niet met de Mansion wodka die we gisteren gekocht hebben. Er zit een caramelgeur aan die helemaal niet hoort bij wodka en anders is dan de Mansion tot nu toe. Door het putje dan maar. Kijken of er whiskey te koop is. Ook de prijs hiervan is een beetje aan de goedkope kant in vergelijking met andere plaatsen in Indonesie. Ik probeer het maar, neem hem morgen mee naar Rantauprapat.
Van de drie grote steden tot nu toe bezocht tijdens deze reis is Palembang dan toch het meest de moeite waard met bezienswaardigheden zoals de Amperabrug, de Musi en de moskee in Chinese stijl (en nog wat forten). Jambi is van deze drie het meest low key maar heeft in het centrum een gezelliger bouw en aanblik en er zijn ook grote lanen met palmbomen. In Pekanbaru is het echt alleen de meerkleurengroene moskee (voor het zoeken naar vervoer morgen hebben de hele stad, en ver erbuiten doorkruist dus ik heb een redelijk beeld). Iedere stad een andere sfeer.
Vrijdag 21 januari
Om kwart over 6 zijn we met een gecharterde angkot op weg naar het ALS kantoor. Het manneke heeft dan wel een prijs afgesproken maar weet de weg niet… Toch nog een rit van ruim 20 minuten. In het kantoor staan opgestapelde dozen en pakketten allemaal met bestemming Pekanbaru te wachten tot de eigenaar ze op komt halen. Her en der liggen ook mensen te slapen, tussen en bovenop de dozen. Er is al een bus langsgeweest maar om 4 uur. Volgens de baliemedewerker komt de volgende uit Jakarta om 7.00 uur. Dat valt niet tegen. Wat wel tegenvalt is dat het daarna nog meer dan een uur duurt voordat de bus inderdaad vertrekt. Er zijn wat mensen die met mij op de foto willen. Tot mijn schrik komen we erachter dat de bus onderweg naar Rantauprapat niet zal stoppen. Maar snel nog popmie met heet water gekocht. Ondertussen bedenk ik me dat ik me dat niet kan voorstellen. Het is vrijdag vandaag.
8.20 uur. ALS is vergane glorie. Nog maar weinig mensen die vanuit Jakarta naar de grote steden op Sumatera de bus nemen. 24 uur is niks op Sumatera met deze gigantische afstanden en over het algemeen slechte wegen, veel zwaar verkeer dat niet opschiet. Het vliegtuig is bijna altijd goedkoper. Blijft over vliegangst. Ondanks dat de bus een formele stop maakt in Rantauprapat moeten we toch het volle ticket tot Medan betalen, dat 5 uur verderop is.
In de voorruit van de bus aan de chauffeurkant zit een gigantische spinnenwebbarst met een diameter ter grootte van een eetbord, de barsten beslaan zo’n beetje de halve rechterkant. Alles in de bus is vies en kapot.
We piepen, kraken, ratelen, kreunen en steunen door het landschap heen. Rijdt wel een stuk rustiger zo’n bus maar daarmee schiet het ook minder op. De eerste 50 kilometer gaat door een olieindustriegebied met kilometerslange zwarte olietransportpijpen. Dan gaat het landschap over in vergezichten van palmoliebossen, rubber grote open vlaktes en vanalles wat. We komen langs stadjes waar nog nooit iemand van gehoord heeft. En dan begint de olieindustrieweer, terrein na terrein met machines, zwaar bewaakt. Voorbij Duri wordt het een kaal landschap
Hoewel nog niet de hele route voltooid kan ik toch al wel vaststellen dat de westroute via Jambi, Padang en Padangsidempuan vele malen meer de moeite waard is. Deze oostkant is zeker niet het mooie Sumatera.
Ik verveel mij een beetje in de bus (ben blijkbaar de enige…) en probeer maar wat aan dit verslag te werken. Valt nog niet mee in een schokkende, remmende en weer optrekkende bus. Ik heb zo weinig aan mijn tienvinger blindsysteem. Alleen al mijn laptop in bedwang houden kost moeite. Maar goed we zijn van de straat. Op de achtergrond mijn muziek uit Ambon om het een beetje leuk te maken. Horen ze hier nooit. Nog 6 uur, of 7 of 8. Who knows.
Om half 1 rijden we een terrein op van een wegrestaurant. Ik wist het wel. Het is tegen het vrijdaggebed en ik wed zeker dat het alleen daarom is dat we deze (extra) stop maken. Een uur nog wel. Er komen een paar minibussen binnen die ook de route naar Medan rijden en inderdaad er komen veel mensen uit,k heel veel. Er zijn achter de chauffeur 3x3 stoelen waar 9 mensen zouden kunnen zitten maar per 3 stoelen zitten er dus 4 mensen en dat betekent voor de 2 in het mensen dat ze met een bil op de naad van de stoel zitten. (wel een leuke woordspeling eigenlijk…..) En dat dan 8 uur, of 10 of 12. Ergens na 16.00 uur rijden we grens over naar Noord Sumatera en het is ineens gedaan met de olie. Het landschap wordt vervangen door oliepalmbossen zover als het oog reikt. Het lijken er nog meer dan we tot nu al gezien hebben. Ook grote lege stukken met gerooide bomen die waarschijnlijk uitgeput waren. Opruimen en opnieuw aanplanten. We zijn eerder dan verwacht in kota Pinang en het lijkt wel of de kaart die ik gisteren bij de Gramedia heb gekocht niet klopt. Dan een grotendeels mooie weg naar Rantauprapat met links en rechts bossen met hoge bomen. Lijkt wel een beetje op het stuk naar Bukit Lawang.
Precies 10 uur na vertrek uit Pekanbaru komen we aan in Rantauprapat. Het is vijf voor half 7 en nog licht. We hebben vanaf gisteren al wat hotels gebeld maar de meesten nemen niet op. We vragen de motorbecakrijder naar hotel Rantauprapat te rijden dat een gigantisch hotel blijkt dat je hier niet verwacht. Op weg ernaar toe komen we langs een paar van de hotels die op mijn lijstje staan waarvan de telefoon niet werd opgenomen. Ze zien er niet al te inspirerend uitzien.
De gekochte whiskey meegenomen uit Pekanbaru gaat ook door het putje. Mansion wordt dus nagemaakt, of de kwaliteit is niet constant, dat wist ik nog niet. Als troost maar een durian gekocht (en opgegeten). De becakrijder komt uit Banyuwangi en voor hem is hier dus een nieuw werkwoord van toepassing “merantau parapat” (werk zoeken op een andere plaats in dit gevan in Rantau Prapat)
Zaterdag 22 januari
Rantauprapat ligt behoorlijk van het toeristenpadje af. Geen toeristen of witneuzen hier. Het aliengevoel neemt hier alleen maar toe. Het stadje is van de grootte zoals Sibolga en Padang Sidempuan en heter dan alle andere steden bij elkaar die we tot nu toe bezocht hebben.
Eerst vervoer zien te vinden naar Parapat. Dat valt niet mee. Er zou een Parsitokantoor zijn maar de becakrijder weet het adres niet zo goed. We stappen uit bij een kantoor dat Parsito zou moeten zijn maar ik geloof er niks van. Onvriendelijke en niet vooral zo weinig mogelijk informatie wordt ons gegeven. We moeten eerst maar een ticket kopen. Vertrektijd is 10.00 uur, aankomst 18.00 uur. De reis lijkt me een beetje lang. Na door vragen blijkt er ook een minibus om 8.00 uur te zijn. Er wordt een mix van Bahasa Indonesie en Batak gesproken onder elkaar en ik heb er geen goed gevoel bij. Zo crossen we op zoek heel Rantauprapat door en hebben we meteen een sightseeing. Het station is gesloten, met een hangslot. Er gaan maar een paar treinen per dag.
Gisteravond en vanochtend geprobeerd om een motor te huren maar aangezien hier naar zeggen sinds een paar jaar bijna geen ojeks meer zijn laten we die wens maar varen. Becak motor des te meer, nog nooit zoveel bij elkaar gezien (er zijn veel becak motor in Medan, Tebing Tinggi, Banda Aceh en de leukste in Pematang Siantar, met een Harley Davidson of BSA-motor). De twee durians in 24 uur tijd is lekker en ongelooflijk goedkoop met Rp 4000.

Ook eindelijk een gado2 gevonden omdat ik een groentetekort heb. Het lijkt in Indonesie steeds moeilijker om groenten buiten de deur te eten. De meeste padangrestaurants hebben vaak alleen daun ubi of singkong en soms dat niet eens. Als alternatief maar zoveel mogelijk fruit eten. Gado2 ben ik ook niet vaak tegengekomen.
We bellen Annette van Tabo Cottages om te reserveren voor morgen maar ook om uit te vinden hoe het zou zit met Parsito. Tien minuten later een compleet antwoord. Mijn gevoel van vanochtend was niet voor niks. Dat was het Parsitokantoor helemaal niet.
De becakrijder uitgelegd dat we naar het Parsitokantoor willen, naar simpang die en die, tegenover ALS. Afgesproken, prijs en route. Maar…………tien minuten later staan we toch weer bij verkeerd adres. Grrrrrrrrrrrrrr…… waarom moet dat nou altijd zo. Je denkt iets goed te hebben afgesproken, geverifieerd, maar nee. Uiteindelijk komen we er wel maar de informatie komt van de buurvrouw die een warung naast het kantoor heeft. Er is verder niemand, geen telefoonnummer. De buurvrouw weet alleen te vertellen dat de minibus elke ochtend ergens uit het zuiden moeten komen, bij de grens Riau-Noord Sumatera. Dat duurt ongeveer 2 a 3 uur, afhankelijk van……. Zoek maar iets uit. Dat betekent dat we om 10 uur kunnen vertrekken, of om 11.00 uur, 12.00 uur, plaatsen zijn niet zeker behalve die van het model “haringen in ton”. Uiteindelijk het besluit om maar een auto te charteren om er zeker van te zijn dat we de overtocht Parapat Tuktuk nog op een en dezelfde dag kunnen doen. Wel een beetje duur met Rp 550.000 (na onderhandelen) maar ik heb er wel wat voorover om niet in Parapat vast te zitten.
De gele moskee met donkergroene accenten doet het goed in de avondzon en de schemering. Als ik wat foto’s wil maken vlucht een van de mannen die zich met motor voor de ingang geparkeerd had naar een veilig onderkomen (?). Maar niet meer naar binnen. Ben niet in de mood om weer weggejaagd te worden.
In Suzuya, de plaatselijke (enige?) supermarkt is het stervensdruk. Een combinatie van malam minggu, zaterdagavond en de aankomende Imlek (Chinees Nieuwjaar). Er worden goede zaken gedaan. Er is veel fruit, voornamelijk geïmporteerd. Jammer eigenlijk, er is zoveel lekkers van eigen bodem, eigenlijk meer. De in een netje verpakte peren zijn verschrikkelijk duur, zelfs voor Nederlandse begrippen. Een grote kledingzaak even verderop heeft zo ongeveer alles in rood geetaleerd.
Martabak Bangka……. Hmmmmm, lekker maar vet en zoet. Wel of niet? Nee toch maar niet.
En dan eindelijk ikan bakar. Tot nu toe in drie weken tijd geen fatsoenlijk adres kunnen vinden. Jammer dat het geen zeevis is (natuurlijk niet hier) maar degene die de bumbu’s heeft gemaakt heeft goed zijn of haar best gedaan. Heel erg lekker
Zondag 23 januari
Om 8.10 komt de auto voorrijden. Jam pas, de exacte tijd van 8.00 uur of zelfs enige minuten ervoor klaarstaan bestaat hier niet, al betaal een miljoen voor een enkele reis.
Eindelijk een goede chauffeur die ook begrijpt dat ik af en toe foto’s wil m=aken. Hoewel, het meeste maak ik gewoon vanuit de auto. Sluitertijd op snel en gewoon veel knippen. Er zit altijd wel iets bij. We kunnen moeilijk elke vijf minuten stoppen. Het landschap is gezellig en we zien de laatste van de miljarden oliepalmen. Ik vind deze route mooier (= ook minder eentonig) dan welke ook die we tot nu gehad hebben. We rijden langs een brug van Nederlandse makelijk. Inderdaad erlangs want deze is niet meer in gebruik. De spoorbrug even verderop nog wel en is zo te zien niet lang geleden gerenoveerd. En dan te bedenken dat we bij ProRail af en toe bruggen “over” hebben die nog wel in redelijke staat zijn maar niet goed genoeg voor de Nederlandse/Europese normen. Ze zouden hier nog een goed leven kunnen slijten.
De rit gaat voorspoedig, weinig obstakels een goede weg en nagenoeg geen macet. We rijden via Pematang Siantar. Andere routes binnendoor zouden vele uren extra kosten voornamelijk vanwege de toestand van de wegen. In Sinatar even boodschappen doen bij Ramayana. Op Samosir is niet alles verkrijgbaar. Een deel van de hoofweg is afgesloten omdat er een motorrace zou zijn. Niet van dei motoren natuurlijk die wij in ons hoofd hebben maar eigenlijk gewone brommers.
De boot naar Tuktuk vertrek van Tiga Raja. Een Russische wordt opgevreten door de touts die haar proberen in een guesthouse te krijgen. Ze klampt zich aan mij vast om te vragen of ik de weg hier weet. Ze wil graag naar Samosir (vindt Parapat helemaak niks, en ik kan dat begrijpen) maar wordt een beetje gek van het gezeur.
De boot vertrekt om half 3, het is maar een kleintje. Meer is ook niet nodig, het is maandag, de weekendtoeristen uit Medan en Siantar zijn weer vertrokken. Het is mistig. Dat geeft mooie plaatjes hoewel er verder dan weinig te zien is.
Een uur later genieten van de serene rust in de tuin van Tabo. Ze hebben niet =stilgezeten hier. Weer vernieuwingen en aanpassingen. Anette, getrouwd met een Batak die het hotel runt is een Duitse. “Es fehlt uns noch die Grundlichkeit” want hier is gewoon overal aan gedaan. De kamers, in Batakbouwstijl zijn ruim en hebben een buitenbadkamer. Schoon, netjes, vele details, lekker bed. Een bord in de tuin dat hier geen luchtverontreiniging van auto’s en motoren gewenst is. Annette doet veel aan biocultuur en is een begrip in de omgeving. Heel klantgericht en geingteresseerd. Ze kent me dan ook nog. Ik ben hier al vaker geweest. (na ooit vanalles te hebben uitgeprobeerd).
Maandag 24 januari
Op Samosir gaat alles een tandje lager. Niet wakker gemaakt door knetterende brommers of lawaaierig hotelpersoneel. Alles pelan2. Een geweldig ontbijt met vanalles o.a. bruine broodjes (!) en kaas die aan Gruyere doet denken. Moet toch eens vragen of die misschien zelfgemaakt is. Eieren, fruit, nasi goreng, cornflakes, hagelslag, melk, jus, pannekoekjes, pisang goreng.
Ook Wifi hier zowel in het restaurant als gewoon op de kamer zelf. Gemak dient de mens.
We rijden eerst naar Tomok, eigenlijk voor durians maar die zijn niet te vinden.. Maar weer eens naar het het graf van Sidabutar, waarvoor we eerst door de souvenirkraampjes moeten worstelen. Er is niemand, geen enkele toerist.
We rijden via Ambarita naar het noorden. Mooie kerkjes tegen een schitterende achtergrond van groene bergen, tenminste ik weet dat ze groen zijn, maar nu even niet. Het is weer mistig.
Eerst maar koffiedrinken. De eigenaar vertelt dat hij 20 jaar op Batam heeft gewoond, maar alweer 12 jaar hier. Hij kon de hoge levensstandaard niet bijbenen.
Voor durian zullen we naar Pangururan moeten. Nou ja, we hebben toch niks anders te doen. Eerst nog even langs Simanindo, bootjes kijken aan de haven. Nog geen honger na het stevige ontbijt van vanochtend. De weg is gedeeltelijk afgezet en al op grote afstand horen we gebeden. Er is iemand overleden en op de plek zelf is het vol met mannen en vrouwen met ulos dragen. Ulos is het batik van de bataks zeg maar. Geweven kleden in vaak donkere kleuren zoals indigo, zwart en bordeauxrood. Ze worden meestal over de schouder gedragen bij formele gelegenheen zoals huwelijk en begrafenis. Bruidsgiften bestaande voornamelijk uit ulos. De mannen dragen op een dag als deze meestal ook het hoofddeksel dat er bijhoort dat nog het meest op een mijter lijkt.
We rijden af en toe een dorp in met Batakhuizen. Het blijft interessant.
Onderweg komen we drie bruggen tegen die worden vervangen. Dat wordt wel tijd want de huidige bruggen bestaan uit klapperende planken. De nieuwe worden natuurlijk van gewapend beton gemaakt. Het duurt een tijdje. Vorig jaar in mei waren ze hier ook mee bezig.
Met hoge snelheid komt een politieauto voorbijgescheurd, meters verderop wordt er snel van de auto afgesprongen, de bosjes in…. Wat is dit? Een varkensrazzia. De mannen zijn op zoek naar loslopende varkens. Je mag hier je varkens niet zomaar los laten lopen. Ze worden gevangen en met hun kop in een jute zak gestopt, poten bij elkaar geknoopt en achter in de auto gelegd (gegooid?) Ze schreeuwen alles bij elkaar. Allicht. En dan? Terug naar de eigenaar? Hoe moet je je eigen varken dan herkennen? En anders? Babi kuning? Saksang? Sate?
Eindelijk voor de afslag naar de warmwaterbronnen vinden we durians. We eten er twee op en drie gaan er mee. Ik weet wel een paar mensen die we er blij mee kunnen maken.
De lucht is al de hele dag zwart en dreigend en we houden het niet droog op de terugweg.Drie keer schuilen en anderhalf uur later zijn we terug in Tuktuk. De durianliefhebbers zijn niet in hun hotel dus maar op het balkonnetje gelegd met een briefje erbij. Selamat makan.
Vanavond voor mij geen nasi goreng of campur of wat dan ook. Sandwich met kip. Heerlijk. Een een brandy met cola zero, ook lekker. Het leven kan soms aangenaam zijn.
Dinsdag 25 januari.
Het is vandaag de derde mistige dag. Soms wel mooier maar ook jammer omdat de mooie groene bergen dan niet zo goed te zien zijn. Het Tobameer is bij helder weer en blauwe lucht een plaatje en niet voor niks een van de populaire toeristenbestemmingen in het land. De meeste Sumateratoeristen gaan nog altijd allereerst naar het Tobameer en het Samosireiland en naar de Minangkabau van West Sumatera. En terecht. Het zijn ook echt de mooiste gebieden.
Het is bijna 11 uur en de mist is een heel eind opgelost. Time to go.
Salam manis
Anne Mieke
to be continued met aan het einde van de week de laatste schrijfsels
----------------------------------------------------------------------------------------------.
Om Sid, ik kom volgende week, terug in Nederland wel terug op de hotelspecificaties